Intervieuw 1

Paula Udondek presenteert het spelprogramma Waku Waku en de foto-quiz Get the Picture voor de KRO. Ze heeft een Nigeriaanse vader en een Nederlandse moeder en woont sinds haar derde in Nederland.

"Mijn ouders zijn naar Nederland gekomen vanwege de oorlog tussen Nigeria en Biafra. Ze zijn in Nederland gescheiden en mijn vader is terug gegaan naar Nigeria. Mijn moeder is hier gebleven met de kinderen, we hebben dus een volledig Nederlandse opvoeding gekregen.

Ik heb zeker wel West-Afrikaanse dingen in me, maar ze worden niet aangesproken. Misschien komt er ooit wel een moment dat ik terug wil naar Nigeria, maar nu heb ik die behoefte nog niet zo, ik heb niet veel herinneringen aan dat land. Mijn oudere zus heeft nog een jaar in Nigeria gewoond toen ze dertien was. Zij heeft veel meer herinneringen, ook aan het eten daar. En mijn oudste zus, die tien jaar ouder is dan ik, heeft daar nog jaren gewoond, zij kan dan ook heerlijk Nigeriaans koken.

Ik was veertien toen ik voor het eerst weer terug ging naar Nigeria. Ik vond het daar veel te warm om behoorlijk te eten, dus ik heb toen drie weken uitsluitend op ananas geleefd. Mijn zus kon wel eten, die heeft zich aardig tegoed gedaan aan de plaatselijke keuken. Je zag haar bij wijze van spreken lekker mollig worden, terwijl ik steeds magerder werd. Ik kon het gewoon niet binnen houden, hoe lekker het me ook leek. Ik snap niet hoe mensen in zulke hitte een warme maaltijd kunnen eten.

Mijn moeder kookte eigenlijk nooit Nigeriaans. Ik ken dan ook maar een Nigeriaans recept, dat noemen wij Foufou. Ik weet niet eens of het wel echt zo heet, maar zo noemden wij het in ieder geval. Het is een soort dikke maaltijdsoep met rundvlees en vis, maar je kunt hem op allerlei manieren maken. Ze eten het daar met Yams (een soort aardappel) maar hier kun je het combineren met griesmeel. Ik vind Foufou het lekkerst met okers, spinazie, pepers en stokvis. Je gebruikte de griesmeel als een soort bestek, door er een bolletje van te maken en dat in de soep te dopen. Het is alleen erg veel gedoe om het te maken, dus zelf heb ik het pas twee keer gemaakt.

Mijn moeder vond het vooral belangrijk om heel gezond te eten, alles volkoren. Dat was eind jaren zeventig erg populair. Ik heb er nog trauma’s van: volkoren macaroni, volkoren spaghetti. We aten weinig vlees, maar wel veel soja. Ik heb geen goede herinneringen aan sojabrokken, terwijl ze misschien best lekker zijn. Mijn moeder gooide ook overal zemelen in, want dat was goed voor de vertering.

Als kind was ik mager, ik was een hele slechte eter. Ik lustte niets en wilde ook niets proberen wat ik nog niet kende. Mijn moeder vond dan ook altijd dat ik wat moest aansterken. Ze maakte chocolademelk voor me waar ze een rauw ei en Protivar in deed. Daar zou ik dan sterk van worden, maar ik vond het echt verschrikkelijk smerig. Als ik mijn eten niet op wilde eten, kwam ze met het onvermijdelijke verhaal over de kinderjes in Afrika. “Dan stuur je het maar op”was mijn vaste antwoord. Soms zat ik uren aan de keukentafel met een bord eten voor mijn neus, ik vertikte het om het op te eten.

Het liefst at ik bij mijn oma, want die maakte tenminste suddervlees met aardappels en appelmoes. Dat vond ik geweldig. Mijn moeder vond dat natuurlijk helemaal niets. Logisch… er zaten niet eens zemelen in! Ik vind het nog steeds heerlijk om echte Hollandse pot te eten: stamppotten met rookworst of aardappels, vlees en groente.
Tegenwoordig ben ik een stuk makkelijker met eten. Ik houd van heel veel verschillende keukens, ik zit niet echt aan een cultuur gebakken. Ik ben heel erg gek op Japans. Voor sushi, maar vooral sashimi mag je me wakker maken, daar heb ik vaak echt zin in. Mijn vriend en ik eten ook vaak Indisch, Surinaams, Mexicaans, Thais, lekker pittig. Toch laten we de Hollandse keuken niet los, we eten varianten op de Hollandse pot. Mijn vriendje maakt dan bijvoorbeeld zuurkool, maar wel met pittig gekruid gehakt. Een beetje Hollands en een beetje oosters. Ik ben zelf niet zo’n kookwonder, ik maak het liefst dingen die ik al ken. Mijn vriend is juist heel creatief, die gooit echt alles bij elkaar in een pan. Laatst had hij een soort multi-culti stamppot gemaakt met Nederlandse en Oosterse ingrediënten, verbazend lekker!”


Recept :4 tot 6 personen

Bouillionblokjes : 6
Palmolie : 4 eetlepels
2 tenen knoflook
Runderlappen : 1 pond (in grove blokjes snijden)
400 gram koolvisfile (diepvries) of stokvis
1 ons gedroogde garnalen (in combi met de koolvisfile)
4 ons okers
1 pak diepvries spinazie ( vers mag ook, als er maar een pond overblijft)


Rundvlees koken in bouillion ( 2 ), moet net onder water staan. Als het gaar is met water aanlengen ongeveer een 1/2 liter ( resterende bouillionblokjes : 4 erbij). Hoeveelheid water bepaald de dikte en het zoutgehalte van de soep.

In een koeken- of braadpan palmolie ( 4 eetlepels ) laten smelten, knoflook erbij en eventueel peper ( madame Janet ). Hoeveelheid peper naar eigen smaak toevoegen.
Rundvlees en bouillionvocht toevoegen, wanneer het kookt spinazieblok eraan toevoegen.
Als het blok gesmolten is, de koolvisfile en de( gewassen )garnalen erbij doen.
Als allerlaatste de okers erop leggen; er mee bedekken als het ware ( even koken ), pas roeren als het slijmerig wordt.

i.p.v Yam : gries – of maismeel ( voor bereiding zie pak ). Van de stevige klont maak je bolletjes.( En klaar is je bestek! )
Voor optimaal eetgenot niet kauwen, maar slikken! Mijn oudere zus Wilma zweert hierbij enzij kan het weten, want dit recept heb ik van haar.






Interview 1
Interview 2
Interview 3
Interview 4
Interview 5
Interview 6
Interview 7
Interview 8
Interview 9
Interview 10